De eerste avond

Met de koffer over het donkere strand gelopen vanaf het vliegveld naar mijn bungalow. Allereerst was ik vergeten dat er hier niet overal mooie Nederlandse fietspaden zijn. Daardoor een halfuur een 15 kilo zware koffer met eerst vier en daarna drie kleine klote zwenkwieltjes over een grindstrand moeten slepen. Gelukkig was het grotendeels een rechte lijn, dus ik hoefde niet lang te zoeken.

Maar he, ik moet niet zo zeiken. Ik heb een douche met warm water, schone handdoeken, twee bedden zodat ik de minst krakende kan kiezen, een koelkast met een fles ijskoud water, een mooi terras beschut met grote olijfbomen, en een stuk of tien lieve katten en een stuk of honderd muggen als gezelschap.

De tweede avond

De hitte, de zengende hitte, het zweten, of vooral het continue klamme gevoel op mijn rug, nek, armen, gezicht, oksels, kruis. Ik neem het voor lief. Duizend tjirpende krekels. De vijgenboom zonder vijgen, de grote boom met vlierbessen, die met limoenen in de voortuin naast die andere met die diepdonkergroene bladeren en vruchten die we niet kennen. De veranda bovenaan de trap die naar de grote houten voordeur leid die piept als je hem opent.

Dit zijn van die dingen waarover je zou zeggen als je het over 10 jaar zou doen, “goh, ik wou dat ik dit 10 jaar geleden had gedaan.”

Leave a comment