The Pilgrims Way

In de Nederlands-Engelse lucht gaf ik mezelf de doelstelling om alles wat ik in deze twee weken zou schrijven met geen of minimale edits tot blog te maken. Editen en censureren voedt mijn perfectionisme en geeft als resultaat dat ik uiteindelijk helemaal niks post. Perfectionisme is een pot met goud onderaan de regenboog.

Zondag
Londen’s equivalent van le vue du sacre cœur. Almost sunset on rose prime hill. This is what to call a real metropole. This is a city. Niet zo übernostalgisch, maar gewoon bouwen. Finance district, zonder het zo expliciet te hoeven benoemen. De air van financial arrogance hangt als een aureool om het cluster van glazen gebouwen. Hoeveel romans zouden geschreven kunnen worden over de glazenwassers. En tussen die twee zones piekt de Shard als een magistrale glasscherf, als een alziend oog, de tempel waar de almanak wordt bewaakt door Kobolden.

What I came for. Loud English people in a busy pub, loud rock music, where I can finally order the ol’ fish ‘n chips. Het aardige oude Japanse stel leek te wachten op het serveren van mijn fish nd chips. Zouden ze zonder mij niks besteld kunnen hebben? Zouden ze zijn blijven wachten totdat ze een gerecht konden aanwijzen dat ze ook wilden. “Arigato.”, “merci.. uh gracia… thank you.”

Is dit zo’n plek waar Hemmingway zijn grote werken is begonnen. Een drukke plek, eenzaam aan een instabiele van het bier plakkende houten tafel, temidden van stelletjes, vrienden, gezinnen, lawaaiige Engelsen, dronkaards in wording. De goede rock is vervangen voor lelijke popmuziek die zich meer thuis voelt in de Primark tussen shoppende pubers onwetend van de wereld buiten het goedkope prijskaartje. In de hoek hangt wel de toepasselijke tv met all day American and English football. Ik mis de rock. Ik wil rock en schreeuwende dronken Engelsen. De inspiratie is verdwenen. Een oude vrouw gekleed voor een formele date, waarschijnlijk haar date-attire sinds 1990, klaagt bij de ober over “mess in the toilet, toiletpaper and all, it’s a big mess.” It’s a fucking pub woman.

Het Japanse stel is vervangen voor een modernengels stel. Witte wijn, kipkluifjes en ananasringen. Ultieme verveling. Ze kluift met de ene hand en scrollt met de andere. Hij, zijn pufjacket nog aan, belt met z’n maten. En ik? Ik schrijf op m’n telefoon. Ik doe niets anders dan die anderen. Lijk niets anders te doen. Het gezin tegenover me. Vader, moeder, twee dochters, vier telefoons. Er is wel contact. De man heeft zo’n oneindige glimlach. Hij lijkt op die man, die acteur, hoe heet hij ook alweer, die van… groundhog day. Je weet wel wie ik bedoel. Bill Murray? Ja, die bedoel ik.

Woensdag
An Italian in London, is this where I could start my story? Ik wil schrijven, de behoefte is groot, struikelend over mijn geschreven woorden, maar over wat? Gewoon een verhaal? Of een blog, concept, theorie, uitvinding? Eigenlijk maakt het niet uit. Ik kies iets, start ermee, en zie wel how it develops. Het begint, elke reis begint met een doel, anders is het letterlijk zomaar walking around – en zelfs dat begint met een doel – maar daarna, als de reis eenmaal begonnen is, kan alles spontaan zijn. In bochten, kronkels, omwegen en snelwegen, in een dag of in twintig weken. Wie we ontmoeten, waar we overnachten is onbekend, dat, … dat is de reis. Dankzij die arrogante ober van de pub hiernaast ben ik bij deze aardige Italiaan beland, waar het meest arrogante de knuppelsized pepermolen is. Taormina. Hier begint dit verhaal, niet hét verhaal, dit verhaal. Over de paddington bear die met zijn koffer op reis gaat naar Londen. Vrienden ontmoeten. Over een week heb ik een verhaal. Ik finish op de terugvlucht, uitkijkend naar de Nederlandse kant van het kanaal waar mijn lieve vriendin op mij wacht. Hopelijk voor haar niet weer ruim twee uur in hoogzenuwen van tevoren. Verwijzing naar Düsseldorf toen ik terugkwam uit Athene, na een waardevolle ervaring in het vluchtelingenkamp op Lesbos. Ik zit hier enigszins rustig, kan beter, ik prefereer die drukke Engelse pub van twee avonden terug. Het is hier net wat te rustig en de obers lopen zich iets te opvallend te vervelen en zenuwachtig heen en weer te lopen.

Italians appreciate good food. Quality. Zij schatten hun ingrediënten op waarde.

Schrijven. Hoe?
Je gaat zitten. En je gaat schrijven.
Hoe leer je klimmen? Door te klimmen.
Je valt een keer, herstelt, past je techniek aan en gaat verder klimmen. Klimmen, vallen, klimmen.
Fuck around, try, screw up, try again.
I like fucking aroun.
I like.
I love Dore.
Duizend redenen waarom ik van je hou.

Write like Bukowski. Short, vivid, no bullshitting around. Just writes what he wants to say. Clear, quick, aggressive at moment. But no unnecessary poetic bullshit. Though I like poetry. I’m not like Bukowski. Honest maybe, but not that short and aggressive. Or am I? I like to write what I think. No translation, no censuration, exageration, fake stories or compulsory explanations. Just doodling. How I paint. I follow the pencil and the dripping paint on the canvas. Following the landscape, walking the route, the hills, paths, rivers and rainbows, field and clouds. Cutting branches, slipping over the mud, getting hit in the face by wet christmas tree branches, in cold central German forests in a snowy February in, what was it, 2017 maybe. No I already lived back at home after uni, so after 2018 then. I dunno. Should check the pictures if I want to be precise. Now I want to know.

It’s not on my phone anymore.
Between 2015 and 2018. ‘16 or ‘17.
‘17 Hartz I reckon. ‘16 along the Rhine. Ik was toen nog met…

Donderdag
Lost at the start, lost at the end. Ik vertelde John onderweg nog dat het altijd mijn doel is om ergens te verdwalen. We liepen de verkeerde kant op in Londen, te druk met kletsen. Einde dag, bijna bij het hotel, letterlijk om de hoek. John helemaal kapot. “Ik ga wel even bananen en water hier halen. Wacht daar bij de primark.” Blijkbaar hebben ze in Australië geen primark, hij verstond rail roads. Fucking vijf blokken heen en weer gelopen op zoek naar een treinrails terwijl ik tien keer rond hetzelfde hotelblok liep op zoek naar John. Elke weg na de kruising op en afgelopen, maar nergens een John te bekennen. Na wat voelde als een uur zoeken gaf ik op en hoopte dat John na verloop van tijd naar het hotel zou gaan. Op de stoep van het hotel zat John.

Tweede zondag
I wouldn’t consider myself very religious. Sometimes I’m religious, sometimes spiritual. I do whatever feels right. I’m an artist. I do what feels right. I don’t hold on, and don’t want to hold on to rules or such. Rules are made on the surface by leaders, while the religious spirit is the true foundation.

Ik begon hiermee met de gedachte over de Pilgrims way. Waarom pelgrimages zo anders voelen dan andere wandelroutes. Imagining the thousands of people who walked these paths on their way to a religious burial. The history, the culture. This path is connected to thousands of other paths around the world. Physically connected, as historically, spiritually, culturally. How many books are there written that have a direct or indirect connection with the spiritual pathways. Het is niet zomaar een wandelroute. It’s a piece of history. Het is geschiedenis.

Elk huis heeft een naam. Er zijn wel straatnamen, maar het lijkt haast alsof de huizen geen adressen hebben, alleen maar namen.
“Morning sir, looking for the Little Rye.”
“Ah great people those lads. Just follow this road, go right at the house on the hill, follow sparepenny lane, you pass Tiny Barn, looks like a tiny barn, and just behind The Thirsty Fox and The Hungry Cow you’ll find The Little Rye. Give them my regards will ya.”

Het mooiste ligt voor ons. Kijk vooruit. Naar het mistige laagje dauw op het gras waar de opkomende zon zijn diamantjes in creëert.

Tweede dinsdag
De uberdriver had zojuist met My Queen getelefoneerd voordat hij ons accepteerde op te pikken. Toch een bijzonder gevoel dat hij zijn telefoongesprek met his majesty the queen heeft afgerond om ons te vervoeren naar een paar dorpjes verderop.

Stel ik het uit om te schrijven of doe ik gewoon wat ik wil doen? Angst. Perfectie. Luiheid. Twijfel. Zoveel twijfel. Ben ik wel goed genoeg. Is het wel goed. Ik moet wel het beste schrijven dat ik kan schrijven. Als ik dan besluit om zomaar wat te gaan schrijven dan moet datgene wat ik zomaar ga schrijven, de losse stukjes terwijl ik de pelgrimsroute wandelde, wel zo goed mogelijk zijn. Ik mag niet zomaar random shit samenvoegen en uploaden als een blog.

“Als je blijft geloven in de fictie van je eigen ouders, is het moeilijk je eigen verhaal te construeren.”

Tweede woensdag
Special treatment. John wist dat het kon en zou niet weggaan voordat ik die special treatment ook zou krijgen. Alsof het om Mick Jagger ging, verteld hij iedereen dat ik van st pauls, Londen, naar Canterbury ben gelopen.

Canter – van Canterbury – komt van het zacht galopperen van de paardrijders toen ze naar deze plek, dorp, nederzetting, kwamen.

De man, de pelgrim, de kerkbediende, de gids, de gestudeerde, Torrin, maakt tijd voor ons op zijn vrije dag. Ongelooflijk enthousiast dat hij ons ontmoet, ik ben de 15e pelgrim die in zijn nog niet zo lang geleden geopende pelgrimskantoor kom. Dat betekent niet dat er verder geen pelgrims zijn, een paar duizend per jaar, vooral in de zomer, maar die weten Torrin nog niet te vinden. Zijn doel om de pelgrimsroute naar Canterbury een status te geven die zich kan meten met de camino naar Santiago de Compostella. Een eer om daar mijn steentje aan bij te dragen, niet hopende dat door mijn toedoen de route door Kent over meerdere jaren overspoeld gaat worden door toeristen en de regio negatief beïnvloed, met gladgestreken paden, bordjes, veilige omwegen en eettentjes op elke hoek.

Global warming draagt ook bij aan de toenemende populariteit. De Engelsman hoeft niet meer naar Spanje voor zongarantie. Zuid-Engeland kan in de zomer een uitstekende vakantiebestemming zijn. De mooiste wandelroutes, glooiende groene heuvels, goed eten, de vriendelijkste mensen en veel cultuur en geschiedenis.

Kerstliederen echoën tussen de duizend jaar oude hoge muren. De kinderen oefenen voor de Kerstmis. In 1070 is deze kathedraal gebouwd op de afgebroken en afgebrande resten van de kerk uit 597.

Torrin vertelt over de symbolen in elk stukje van het kathedraal, de uitgesleten stenen waar mensen duizendmaal op knielden om iets in de muur aan te raken, maar wat dat was is er niet meer. Het glas-in-lood dat als een tijdloos stripverhaal de verhalen van de burger verteld. Een paardrijder die de stad Canterbury achter zich laat om de natuur, zichzelf en de wereld te ontdekken. Twee wandelende vriendinnen. De zieke, zijn naaste met gevouwen handen biddend knielend aan zijn zijde, hij wordt gezegend door de heilige, de zieke kotst zijn besmetting als een rode rivier uit, hij staat op en laat zijn zieke rode gewaad van zich afgleiden, de priesters schrijven het verhaal. Tijdens het lezen schijnt het verhaal door het glas op ons. Wij zijn het verhaal.

Waarom deel ik niet zo veel?

Waarom schrijf ik niet zo veel, was de eerste titel voor deze blog. Maar toen ik begon te schrijven bedacht ik me dat ik eigenlijk wel veel schrijf. Ik schrijf elke dag. Ik deel het alleen niet. Dus… waarom deel ik niet zo veel? Waarom duurt het zo lang voor er een nieuwe blog is? Ik heb erover nagedacht, samen met de volgende vragen die eraan vooraf gaan. Wat heb ik vorig jaar allemaal gedaan? En wat zijn de plannen voor komend jaar?

Een mogelijke reden waarom ik niks meer heb geüpload, geen blog meer heb geschreven sinds mijn laatste over Athene (Another Day in The City). Motivatie. Ik zat toen in een creatieve sfeer. Een sfeer die zichzelf versterkte door de continue aanwezigheid van inspiratie. De inspiratie lag voor mij op straat. Overal waar ik kwam werd ik op een of andere manier wel geïnspireerd. In een bepaalde zin was ik dus continu bezig met het schrijven van mijn verhaal. (De drie pijlers waren aanwezig: doel, motivatie, support.)

Thuis ben ik niet continu bezig met het maken van een verhaal. Integendeel. Het kost me zelfs moeite om mezelf te motiveren om te gaan schrijven. Net zoals het schilderen, het sporten, het solliciteren, het studeren. Maar ik ben me er wel van bewust. Ik weet alleen nog niet hoe ik die motivatie of die inspiratie die ik daar in Griekenland had, hier in huis (of ergens anders) kan recreëren. Ik ben op mezelf aan het onderzoeken wat de invloed is van motivatie, inspiratie, omgeving, support, en vast nog meer.

Wat heb ik vorig jaar gedaan?

Vorig jaar heb ik ontslag genomen!

Ik stopte met ruim twee jaar ingenieurservaring en een bore-out in mijn zak. Ik negeerde te lang mijn eigen behoeftes. Eigenlijk wist ik ook amper wat mijn behoeftes waren. Een jaar eerder was ik begonnen bij een loopbaancoach. (Hierover wellicht meer in een volgende blog). Als reactie daarop ben ik vorig jaar, en nu nog, druk bezig met het zoeken naar een nieuwe richting. Van mijn loopbaan. Van mijn leven.

Vorig jaar ben ik begonnen met vrijwilligerswerk; als taalcoach bij de bibliotheek hier in de buurt en later klassenassistent bij een NT2-klas. Sinds kort ben ik ook bezig met buurtbemiddeling. Ik ging op zoek naar grotere projecten bij ngo’s. Bekeek zoveel mogelijk organisaties, projecten en functies. Ik wilde nieuwe dingen ervaren. Ik wilde weg. Ik belde veel bedrijven; om te informeren naar opties, maar bovenal ook om te testen wat het met mij deed. Word ik enthousiast van het gesprek, van de verhalen? Ik had geen idee wat bij mij paste. Ik moest maar gewoon gaan proberen. Gewoon blijven bellen en berichten sturen. Elke keer dat ik mijn verhaal aanpaste vormde die zich steeds meer naar de persoon die ik zou kunnen zijn. Ik sprak met collega’s bij de inburgeringsorganisatie waar ik ook taalcoach was. “Vluchtelingenwerk, bijvoorbeeld op Lesbos.” opperde een collega. Een trigger was geraakt. Ik raakte enthousiast en het liet me niet meer los. Ik ging ermee naar bed en stond ermee op. Ik ging met organisaties bellen en de motivatie nam alleen maar toe. En zo kwam ik uiteindelijk op Lesbos terecht. Een ontzettend waardevolle ervaring. (Zie mijn andere blogs over mijn tijd op Lesbos, zoals Where to begin of Good kid, mad city.)

“Probeer het gewoon. Stoppen kan altijd nog.”

In deze zoektocht, die ik vanaf vorig jaar juni actief begon te maken, probeerde ik me zo min mogelijk verplichtingen op te leggen. Probeerde ik zo min mogelijk vast te houden aan gestelde doelen. Doelen mochten flexibel zijn. Iets lijkt me leuk, ik stel een doel, bijvoorbeeld elke dag een uur Frans leren, maar als ik na een tijdje merk dat mijn motivatie te veel zakt ga ik het onderzoeken. Vergeet ik andere behoeftes? Is Frans leren toch niet zo belangrijk als ik dacht? Ligt de lat te hoog of te laag? Heeft het niet het verwachte resultaat of de verwachte bevrediging?

Continu dwong ik mezelf om te luisteren naar mijn behoeftes en om gewoon dingen te proberen, (of niet als ik daar geen behoefte aan had). Ik ging tekenen of schilderen als ik daar zin in had. Ik wilde hiervan ook meer delen, dus begon ik een nieuwe Instagram (https://www.instagram.com/larstistic/). Als ik zin had om te lezen ging ik lezen, al was dat tot drie uur in de nacht. Ik probeerde te lezen wat ik wilde lezen en het stemmetje te negeren die riep “Het moet nuttig zijn wat je doet!”. Ik ging ook steeds meer schrijven en wilde dat delen (i.e. LifeOfLars).

Aan vrijwilligerswerk durfde ik ook te beginnen met de gedachte om maar gewoon te proberen wat me leuk lijkt. “Het is vrijwillig. Je kunt stoppen wanneer je wilt. Niemand kan je dwingen om te blijven.” was een van mijn argumenten.

Reflectie en vooruitblik

Eind 2021 was ik gaan reflecteren:

  • Het verraste me hoe leuk ik het vond om mensen te helpen met hun Nederlands of Engels, of om gewoon dingen uit te leggen.
  • Het verraste me hoe ongelooflijk mooi en waardevol het was om te helpen in het vluchtelingenkamp; om mensen te helpen.
  • Het verraste me hoeveel plezier ik had in het vertellen van verhalen.
  • Het verraste mij ook hoe weinig spijt ik ervan had om te stoppen met mijn baan als ingenieur.
  • En het verraste me dat ik me open kon stellen voor een persoon.


Begin 2022 heb ik nieuwe doelen gesteld:

  • (Nieuw) werk vinden.
  • Verhuizen. Een leuk plekje voor mezelf.
  • Schrijven. Ik wil heel graag mijn schrijfkwaliteiten ontwikkelen. Mijn eerste 30-dagen challenge (januari, dus eigenlijk een 31-dagen challenge) was om elke dag minimaal 100 woorden te schrijven. (Eind januari komt de terugkoppeling hierop.) Ik heb me ingeschreven voor een schrijfcursus. En ik wil meer blogs gaan schrijven, maar hier heb ik nog geen specifiek stappenplan voor gemaakt. Dus vandaar dat er nog geen periodieke blogupdates zijn.
  • Tekenen/schilderen. Larstistic uitbreiden. (https://www.instagram.com/larstistic/)

Iets wat (in ieder geval mij) helpt is het stellen van duidelijke realistische doelen. Een te behalen doel met een te overzien plan. Kleine subdoelen die toewerken naar dat einddoel, op een einddatum. En bij voorkeur samen met iemand. Ik heb anderen nodig om gemotiveerd te blijven. Een stok achter de deur. Iemand die me vraagt hoe het ermee gaat en met wie ik kan sparren.  Zoals het eerste doel van het jaar. 100 woorden per dag. 30 dagen lang. Een 30 dagen challenge die ik samen met mijn vriendin doe. Allebei de droom om een betere schrijver te worden. Het goede voornemen om meer te schrijven, omgezet in een doel en een plan. Ook de belofte aan mijn vriendin om een blog te uploaden heeft ervoor gezorgd dat ik deze blog ook daadwerkelijk heb geschreven.

Met deze lopende ontwikkelingen verwacht ik komend jaar meer blogs te gaan schrijven; meer te gaan delen. Ik hoor graag jullie gedachten of eigen ervaringen over deze uitdagingen. (PB mag ook.)