Gevangen op een eiland.
Ik zit hier op het dak te staren naar een lange rij lichtjes, aan de andere kant van het water. Turkije is waar ik naar zit te staren. Het ligt op zo’n “Ik pak een kano en ik roei er ff heen voor een lunch aan de Turkse riviera en weer terug voor het avondeten” afstand.

Wat had ik verwacht? Chaos? Een grote teringbende, met vieze stinkende slootjes, een allesoverheersende spanning, bedreigingen, afgesloten groepjes. Van die dingen die je in de favelas in films ziet. Maar het was anders. Het was over het algemeen redelijk schoon. Het was rustig. Erg rustig. En kalm. Kinderen spelen en fietsen druk heen en weer over de stoffige grindpaden. Een man laat zich onder die ene zeldzame boom knippen. De kapper roept of ik ook geknipt wil worden. “Het is nodig!” roept hij me lachend na.

Het voelde erg onwerkelijk. Als het begin van zo’n typische westernfilm. Een stoffig dorpje, in de stilte klinkt enkel het piepen van een stalen uithangbord. Dan klinkt ver weg het doffe geklop van een stel paardenhoeven op zachte grond. Maar niet agressief.  Gewoon heel rustig. Er gebeurt niks, maar misschien gaat er wel iets gebeuren. Of niets.

Ook moest ik denken aan limbo. Die locatie waar je moet wachten om naar de hemel te mogen. Je leeft niet meer, maar bent ook nog niet echt dood. Je staat op het treinstation te wachten op die ene trein. Maar wanneer en of die trein komt weet niemand. Met de allergrootste moeite ben je op dat treinstation aangekomen, hopende op een trein waarop je mee mag gaan.
Limbo, als in de film Inception. Echt een goede film, die je minstens twee keer moet hebben gezien. Hoewel moeten… Ik raad het je aan. Zo’n film waarbij ik de eerste keer nodig heb om het verhaal en de beelden te volgen, om de tweede keer pas te begrijpen waar het überhaupt over gaat.  De zelfgecreëerde doch gevreesde droomwereld. Ik wil er heen, maar wil er niet blijven. Van buiten lijkt het mooier en feller ingekleurd. Daar is blauw wat hier grijs is. Maar van binnen is die blauw helemaal niet meer zo blauw, maar zelfs eerder een beetje grijs. En na een tijdje is het er net zo grijs als buiten.

Verdwaal je in die wereld dan zit je vast. Je zit vast in die gecreëerde onechte wereld. Je leeft niet, maar bent ook zeker niet overleden. Terug kun je niet. Je kunt slechts wachten en wachten om verder te mogen. Wachten en wachten op die trein die ooit of nooit komt.

3 thoughts on “Where to go

Leave a reply to Niels Glaser Cancel reply