Yes I know. Kendrick Lamar’s tweede album. Een onbetwist meesterwerk. Niet alleen de titel, maar het hele album, geeft in een bepaald opzicht weer wat ik voelde na een erg mooi gesprek met een jongen die in de kliniek langskwam. De vader van de jongen werd geholpen en in die tijd werd ik vereerd met zijn aanwezigheid. We zaten naast elkaar; in stilte, in gesprek, in gedachten verzonken, en tekenend. Een goede jongen op een gekke plek. Een jongen met een droom.

Aan het begin van een warme zondagmiddag kwamen ze bij de post aan. De vader strompelend en zijn zoon er rustig naast lopend. De vader had erge rugklachten die uiteindelijk helaas niet goed verholpen konden worden. Hij werd lang onderzocht en in de tussentijd zat de jongen bij mij op de bank.

“How old are you?”
“Ten!” En hij steekt tien vingers op.
“And you?”
“I am twenty-eight.” En ik steek 28 vingers op. Hoewel dat denk ik meer verward dan verduidelijkt.
“Wow. Old!”
“And what is your name?”
“Aref!”
“Aref. That is a beautiful name.”
“And you?”
“My name is Lars.”
“Lllllas?”
Haha, close. Larrrs. L. a. r. s. Lars.”
“Lars!”
“Yes! Perfect. It is nice to meet you Aref.”
“Yes.” Lacht hij tevreden.

“Ik ben niet zo groot. Jij bent groot en sterk.” Hij pakt mijn arm vast en knijpt in mijn bovenarm terwijl ik die probeer aan te spannen. “Ik zou wat meer moeten trainen”, denk ik.
“Bazoo!”
“Bazooka?”
“haha, nooo,  baa.. zoo!” Spreekt hij langzaam uit. Ik probeer hem na te praten. “Ba zoo”.  Hij lacht, maar lijkt het goed te keuren. Bazoo is Farsi voor arm.

“You speak very good English.”
“Nooo. You better.”
“Haha, but I have had more time to learn. I think you speak very good English.”
“…”

“It’s a bit boring today. Not many patients. Guess it’s too warm.” “Yes.” “What do you do on Sunday?” “Hm. Monday school!” Morgen mag hij in Mitilini naar school. Vandaag is het zondag en is er niet veel te doen. Misschien is dit zijn enige uitje van de dag.

“What subject do you like most?” Hij kijkt me fronsend aan.
“Gymnastics?” “Yes.” (Quasi-enthousiast)
“Mathematics?”, “Meh.” (Geen engineer dus.)
“English?” “Yeah.” Zegt hij al iets overtuigender.
“Geography? Learning about the world and countries.” “Yeeah!”

“Germany! Germany is good. Afghanistan no good. Taliban no good.”
“…”
“Afghanistan taliban. Taliban no good. Terrorist.”
“Yes, it is stupid. Fighting is not good.”
“Taliban no good!”
Hij kijkt boos, maar lacht daarna. We zijn het eens.

“What do you want to do in Germany?”
“School for police.”
“Do you want to join the police?”
“Yes. No. Commando!”
“Wow. But no soldier?”
“No! Fighting bad. Taliban no good!”
“Oké, oké. So commando at the police it is?”
“Yes!”

We zitten een tijdje stil naast elkaar. Hij lijkt er geen enkel probleem mee te hebben om te moeten wachten. Maar kleuren heeft hij ook wel zin in. Terwijl hij kleurt ga ik zelf ook wat tekenen. Hij blijft kleuren en kleuren tot allebei de kantjes helemaal ingekleurd zijn. Ik zet mijn zonnebril af om zijn kleurplaat te bekijken. Hij kijkt me met grote ogen vol verbazing aan, en wijst naar mijn ogen. “Wooow. Blue!” “Yes, indeed. My eyes are blue. Your eyes are brown.”

“If your drawing is finished you have to put your name under it.” “Nooo.” “Haha, but then nobody can see you made it. And with your name on it you can sell it. Or give it to your dad. ” Hij denkt even na. En schrijft dan een A. “You.” en hij geeft me zijn potlood. “Aref. How do I spell your name?” “Aaaaaaaa ref”, “aaaaaa, and then ref” zegt hij nog nog keer. En daarna nog twee keer totdat ik zijn naam helemaal heb opgeschreven. Hij lacht. Zijn vader komt de ziekenpost uit, maar Aref heeft geen haast om weg te gaan. Hij helpt me met het opruimen van de potloden. “For you” en hij geeft me het doosje potloden. De tekening houd hij zelf en geeft hij later misschien aan zijn vader.

Noot: de naam van de jongen heb ik, met privacyredenen, aangepast naar Aref. Uit de grote lijst met Afghaanse namen koos ik Aref, wat wijs en intelligent betekent.

3 thoughts on “Good kid, mad city

Leave a reply to Lars Cancel reply